Managementlessen van een parachutesprong

In oktober 2014 verscheen er een klein persbericht. Het deelde mee dat het record voor de hoogste parachutesprong gebroken was. Op zich heeft dat niet veel met digitalisering te maken, maar we kunnen er wel enkele lessen uit leren.

Om te bekijken hoe merkwaardig het nieuwe record was, moeten we ook enkele jaren eerder in het verleden gaan. Het was immers amper 2 jaar eerder dat het record voor het laatst verbeterd was. Daarvoor was het al van 1960 geleden dat er nog iemand zich van zo hoog in het ijle liet vallen.

De campagne die in 2012 succesvol was, was zeer gemediatiseerd. ‘Airtime’ is immers belangrijk voor de hoofdsponsor, een Oostenrijkse frisdrankenproducent. De hele aanloop werd gedocumenteerd en de springer, Felix Baumgartner, werd in de middens van extreme sporters een beroemdheid.

Er werd vooral veel aandacht gegeven aan de complexiteit van het geheel: hoe moeilijk de engineering-uitdagingen wel niet waren om een capsule te ontwerpen die een mens veilig tot op zulke hoogte kon brengen. De toen 33-jarige Baumgartner zelf werd gevolgd op zijn trainingen, en mocht verschillende keren getuigen hoe moeilijk en gevaarlijk de sprong was en hoe goed hij fysiek in vorm moest zijn.

Via een live-stream konden de fans volgen hoe het record gebroken werd. Zonder twijfel een hele prestatie!

De poging twee jaar later zag er anders uit. In plaats van een jonge atleet, was het Alan Eustace, een ietwat saaie 57-jarige senior vice-president van Google, die onder de parachute hing. Geen grootste campagne of documentaires vooraf, geen livestream, enkel dat persberichtje en enkele foto’s en filmpjes die na het event ter beschikking werden gesteld van de media…

Alan Eustace vertrekt voor zijn avontuur. Geen livestream, en kleiner team, kleinere ballon … alle ‘muda’ weggehaald dus. Meer over deze sprong kan je lezen in dit artikel van ‘Air & Space Magazine’

Wat betekent dit nu voor ons?

Wel, ik gebruik dit voorbeeld graag op mijn presentaties en lezingen omdat het aantoont hoe een nieuwe uitdager ‘op een dag’ ineens je territorium kan innemen. Zonder dat je het verwacht, lees je ineens een persbericht over een nieuwe startup, of over Google, die zich in je markt nestelt… of die misschien aankondigt dat ze een deal hebben gesloten met één van jouw grote klanten… Het kan snel gaan!

Nieuwe uitdagers zijn er 'ineens', zonder dat je in de gaten hebt dat ze komen. Click To Tweet

Daarnaast is het ook een mooi voorbeeld over hoe nieuwe uitdagers anders omgaan met de bestaande technologie. Eustace stelde zich immers de vraag waarom er een capsule of een platform nodig was om vanuit te springen. Hij had toch al een drukpak aan dat voldoende bescherming biedt? … en een haak aan de ballon voldoet ook om je tot op 41 kilometer hoogte te brengen… Doordat hij geen zware overtollige last mee te dragen had, kon de ballon kleiner gemaakt worden, en toch hoger geraken dan bij eerdere pogingen het geval was.

Die aanpak is wat ik in mijn boek beschrijf als het vermijden van ‘muda’, oftewel verspilling. Nieuwe technologieën laten toe om deze techniek uit de Japanse productiefilosofie te blijven toepassen in een moderne context. Nieuwe bedrijven zijn daarin niet geremd door ‘gebruiken’ en conservatieve reflexen… Bekijk bijvoorbeeld maar eens het dashboard van een Model 3: het bevat nog slechts het minimum aan knopjes, en alles wordt bediend door een overzichtelijk touchscreen. Ze hebben dit enkel kunnen bereiken door zich écht ten gronde af te vragen of alle knopjes, wijzertjes en displays in een traditionele auto écht wel nodig zijn, en door vanaf een blanco blad en met open ingesteldheid het ontwerp te starten.

Alan Eustance vertelt in deze TED-talk over zijn parachutesprong.

De digitaliseringsladder

Een centraal idee in het boek ‘Zinvol Digitaliseren’ is het gebruik van een model om een digitale transformatie in een aantal fasen op te delen. Rome is niet in één dag gebouwd, en ook je digitale transformatie zal je niet overnacht realiseren. Door dit stap voor stap aan te pakken, kan je de juiste prioriteiten leggen, en is de voortgang zichtbaar.

Deze blogpost introduceert de verschillende treden van de digitaliseringsladder. Het boek gaat hier dieper op in met een reeks voorbeelden, case studies en een korte uitleg over ieder van de treden.  

1. Digitaal management

Het management moet niet alleen in woorden, maar ook in daden tonen dat het overtuigd is dat de onderneming moet digitaliseren. Resources moeten vrijgemaakt worden, en als de software er is, moet duidelijk zijn dat die gebruikt moet worden.

2. Digitale productie

De volgende trede om te nemen is ervoor te zorgen dat de nieuwe methoden en technologieën gebruikt worden om zo efficiënt mogelijk de producten tot bij de klant te krijgen. In een fabrieksomgeving zal dit een verregaande vorm van automatisatie (‘Industrie 4.0’) of het gebruik van 3D-printing omvatten, administratief kunnen softwarebots heel wat taken overnemen.

3. Digitale producten

Het integreren van digitale technologie in je producten zal meer tijd vergen. Je zal immers de nodige kennis moeten opdoen met een nieuwe technologie, deze testen, en ervoor zorgen dat ook de dienst na verkoop eventuele problemen kan opvangen. Het voordeel voor die laatste is dat veel issues net door een software upgrade opgelost kunnen worden.

Trouwens, je producten moeten niet van sensoren of schermen voorzien zijn om van een ‘digitaal product’ te spreken. Je kan ook optimaal gebruik maken van nieuwe technologie zonder dat het product op zich wereldschokkend nieuw is. Bekijk bijvoorbeeld eens de ‘Zozosuit’. Door je door een app te laten fotograferen in dit lycra pak, kent de webshop exact jouw kledingmaten om enkel passende artikels voor te stellen. Dit verlaagt de drempel om via het Internet kledij te kopen!

Rome is niet in één dag gebouwd, en ook je digitale transformatie zal je niet overnacht realiseren. Door dit stap voor stap aan te pakken, kan je de juiste prioriteiten leggen, en is de voortgang zichtbaar. Click To Tweet

4. Ver-diensten van producten

De sensoren die in producten ingebouwd worden voegen niet alleen directe waarde toe voor klanten, ze laten ook toe dat je het product als ‘dienst’ gaat aanbieden. Let maar eens op de vele steps en deelfietsen die je tegenwoordig in de steden terugvindt.

Dergelijke diensten aanbieden heeft een enorme impact op de organisatie. Dit gaat van productontwerp over finance (cash flow wordt uitgesteld!) tot de dienst na verkoop.

5. Substitutie van producten

Bekijk kritisch je productportfolio. Waar is er een groot risico dat je producten vervangen worden door een andere – digitaal – alternatief. Om daarover na te denken stel je jezelf de vraag hoe het product van Google of Amazon eruit zou zien als ze jouw markt betreden… En wat jij kan doen om zelf zo te handelen.

6. Nieuwe productdomeinen

De ultieme trede is om nieuwe technologieën te gebruiken om een totaal nieuwe markt te creëren. Drones en action camera’s zijn zo’n voorbeelden. Die producten waren pas mogelijk wanneer batterijen voldoende capaciteit hadden, en de sensoren voldoende klein gemaakt konden worden.

Waarom je transformatie nooit ‘af’ is

Wanneer ik jong(er) was, keek ik soms naar de Franse televisie. Je kon er geen programma kijken, laat staan een reclameblok, of je zag de magische cijfers ‘3615’ gevolgd door een woord. Wanneer ik ook naar Frankrijk op vakantie ging, werd me duidelijk dat dit een code was om met de Minitel – een soort computerterminal – toegang te krijgen tot allerlei diensten. Je kon reizen boeken, chatten, of bankzaken regelen… bijna zoals het internet dat we nu kennen, maar dan op een terminal die puur op tekst gebaseerd was. Nergens anders ter wereld was iets dergelijks mogelijk, laat staan op deze schaal. In bijna ieder huishouden stond wel een computerterminal omdat die gratis ter beschikking gesteld werd door de telefoniemaatschappij. Frankrijk was op vlak van telecommunicatie dé wereldleider!

Een Minitel zoals die begin jaren ’80 in de meeste Franse huishoudens stond. Nu hopeloos verouderd, veertig jaar geleden state-of-the-art. – bron: Wikimedia

C’est quoi, l’Internet?

Midden jaren ’90 breekt dan overal ter wereld het Internet door – toen nog mét hoofdletter geschreven. Overal, behalve in Frankrijk. Daar was er immers geen behoefte aan websites om online diensten aan te bieden. Ze hadden immers al via de Minitel alle denkbare informatie op enkele toetsaanslagen verwijderd.
Het gevolg is dat Frankrijk de boot totaal gemist heeft, en dan zeggen dat het ‘www’ op Frans/Zwitsers grondgebied aan bij het CERN ontstaan is.

Bovenstaande grafiek geeft het percentage van de bevolking weer dat actief is op het internet. Frankrijk heeft vanaf het begin een achterstand die het nooit meer heeft kunnen inhalen. Bron: https://data.worldbank.org/indicator/IT.NET.USER.ZS?end=2017&locations=FR-BE-NL&start=1990

Doorheen de technologiegeschiedenis zijn er nog talloze verhalen te vinden van bedrijven en organisaties die ooit aan de top van de sector stonden, maar sindsdien weggedeemsterd zijn. Nokia en Blackberry waren topbedrijven op vlak van mobiele telefoons. Momenteel bestaan beide bedrijven nog amper (als we even abstractie nemen dat een Chinese producent handig verder surft op de bekende merknaam ‘Nokia’).

Wat is er mis gelopen?

Aan de oorsprong van een dergelijke terugval liggen verkeerde keuzes ingegeven door het ‘grote gelijk’ dat de succesvolle organisaties hadden. Ze hadden geen oog voor nieuwe ontwikkelingen zoals Android als open besturingssysteem voor smartphones.

Ben jij het internet of de Minitel?

Belangrijker dan naar het verleden te kijken, is wat wij van dergelijke cases kunnen leren. Dit is dat de digitale transformatie een proces is dat nooit meer stopt. Eens je over een competitief voordeel beschikt op technologisch vlak, moet je ervan uitgaan dat je dat binnen enkele jaren kwijt bent, en dat je tegen dan iets nieuw moet hebben.

Een andere les is dat er nog opportuniteiten zijn wanneer je sneller dan ‘de groten’ de mogelijkheden van een nieuwe technologie inziet … maar dan moet je wel hopen dat zij steken laten vallen.